RC neemt camera journalist in beslag: rechtmatig of niet?

Gisteren heeft de rechter-commissaris van de Rechtbank Oost-Brabant bij een inval bij een hennepkwekerij de camera van een journalist in beslag genomen. (1) De NVJ steunt de journalist en eist het materiaal terug. (2) De rechtbank heeft een verklaring afgegeven over de gang van zaken en de basis voor de handelingen van de rechter-commissaris. En voor de betrokken journalist het wist, was hij onderwerp van een aantal nieuwsberichten over-en-weer en onderwerp van een strafrechtelijke procedure.

Feiten

In ieder geval een interessante zaak om eens een wat nader uit te diepen. Wat waren de feiten? De politie deed een inval op een woonwagenkamp bij Zaltbommel, waarbij het perceel van de openbare weg afgeschermd was door middel van een omheining. De journalist filmde door een gat in diezelfde omheining. De rechter-commissaris was daarvan niet gediend en vreesde voor de privacy van de aanwezigen en de bescherming van de gebruikte onderzoeksmethoden. Nadat de journalist eerst verzocht werd geen opnamen te maken van de aanwezige mensen, voertuigen en werkzaamheden, en hieraan geen gehoor gaf, heeft de rechter-commissaris een ordemaatregel genomen en vervolgens de camera – en belangrijker nog: de beelden – in beslag genomen. De camera is inmiddels terug, maar er is nog geen beslissing over de beelden genomen.

De Wet

Hoe de feiten in de Wet geduid moeten worden is vrij duidelijk: de rechtbank heeft zelf in haar verklaring al aangegeven dat de rechter-commissaris een ordemaatregel als bedoeld in artikel 124 van het Wetboek van Strafvordering heeft gegeven. Dit ietwat ouderwets aandoende artikel wordt vaker gebruikt door de rechter-commissaris tijdens een ambtsverrichting, zoals bijvoorbeeld een doorzoeking. Het artikel geeft de bevoegdheid aan bepaalde personen (waaronder een rechter) maatregelen te nemen ter bescherming van de orde tijdens de uitvoering van een ambtsverrichting (waaronder een doorzoeking).

De vraag is echter of daaronder óók kan vallen de inbeslagneming van een camera en beelden en of het opnemen door een gat in de omheining door een journalist de orde tijdens het uitvoeren van een ambtshandeling verstoort.

Orde tijdens ambtsverrichting

Of de bescherming van de privacy van betrokkenen of de bescherming van de gebruikte onderzoeksmethoden belangen zijn die tevens vallen onder ‘orde ter gelegenheid van ambtsverrichtingen’ is een terechte vraag. Bij handhaving van de orde denkt men toch eerder aan een persoon die de orde verstoort door te gaan schreeuwen of in de weg te lopen. Maar het filmen van de handelingen an sich – zonder in de weg te staan of verbaal commentaar te geven – dat lijkt weinig impact op de orde te hebben.

Aan de andere kant valt het ongestoord laten plaats vinden van de ambtsverrichting wel degelijk onder dit orde begrip. Indien dit niet of niet goed mogelijk is omdat de betrokken ambtenaren zich belemmerd voelen door de aanwezigheid van filmende journalisten, zou men kunnen betogen dat die aanwezigheid de orde verstoort. Gelet op het belang van vrije pers is dit een gevoelige afweging die secuur zal moeten plaatsvinden. Het recht op vrije pers kan niet zomaar beknot worden. Daarbij kan een rol spelen dat niet goed voorstelbaar is welke onderzoeksmethoden bij een inval bij een hennepkwekerij gebruikt worden, die tegen openbaring beschermd moeten worden.

En men zou zich in dat geval kunnen afvragen of die afweging niet gemaakt kan en moet worden voorafgaand aan publicatie van de beelden, en niet zozeer tijdens het maken daarvan.

Op dit punt is de discussie dus nog niet beslecht. Het komt mij voor dat de NvJ een goed punt heeft om dit voor te leggen aan de raadkamer.

Inbeslagneming

Dat geldt ook voor de genomen maatregel: de rechter-commissaris is overgegaan tot inbeslagneming. Artikel 124 geeft hiervoor geen directe bevoegdheid: er wordt enkel gesproken over ‘maatregelen’ zonder – met uitzondering van drie – deze te noemen. De drie maatregelen die wel degelijk genoemd worden, (i) een bevel tot vertrek, (ii) de verstoorder doen verwijderen en (iii) de verstoorder in verzekering houden, zijn specifieke dwangmiddelen. Dat geldt ook voor inbeslagneming waardoor het voor de hand zou liggen dat de wetgever ook dit dwangmiddel genoemd zou hebben, zou het onder 124 Sv. hebben moeten vallen. Ook op dit punt heeft de NvJ wat voor te leggen aan de recher, zo komt mij voor.

Er kan ten aanzien van de inbeslagneming ook nog een andere route gevolgd worden. Als het geven van het bevel tot stoppen met filmen een ambtelijk bevel is, dan is het weigeren daarvan een strafbaar feit (art. 184 Sr.), waarna onder meer de goederen waarmee het feit is begaan vatbaar zijn voor inbeslagneming. Er zijn echter wat aspecten die erop wijzen dat dit geen levensvatbare route is.

Allereerst moet men zich afvragen of de rechter-commissaris wel valt onder het ambtenaarsbegrip van artikel 184 Sr. – we zagen dat in 124 Sv. de rechter apart genoemd wordt, naast de ambtenaar. Daarnaast moet het in het geval van 184 Sr wel gaan om een rechtmatig gegeven bevel. De discussie of wel sprake was van een ordeverstoring tijdens een amtbsverrichting blijft bestaan. Tot slot is het wel curieus dat vervolgeng wel is overgegaan tot teruggave van de camera, maar niet van de beelden. Hoewel denkbaar is dat de beelden gebruikt kunnen worden voor de waarheidsvinding, en daarom het beslag daarop kan voortduren, lijkt het er toch wel op dat enkel en alleen niet overgegaan is tot teruggave van de beelden, in verband met de bescherming van de privacy van betrokkenen en de bescherming van de gebruikte onderzoeksmethoden.

Conclusie

Over de inbeslagneming van de camera van een journalist door de recher-commissaris van de rechtbank Oost-Brabant is veel te zeggen: zowel vanuit maatschappelijk als uit juridisch perspectief. Het is te hopen dat in de raadkamer-procedure die vermoedelijk zal volgen op de inbeslagneming van de beelden ook de principiele vragen beantwoord zullen worden. Ik kijk in ieder geval naar de uitspraak uit.